Zorg · basis, gevorderd, expert en leidinggevenden
Agressietraining voor woonbegeleiders in de gehandicaptenzorg
Begeleiders op een woongroep worden geduwd, geslagen en bekogeld, ook door cliënten die geen woorden hebben voor wat er in hen omgaat. Ze oefenen bij Bureau Weerbaar en Veilig om te lezen wat het gedrag probeert te zeggen en veilig te blijven. Ook bij iemand die er weinig aan kan doen, stellen ze een grens.
Op een woongroep kan agressie komen van cliënten die niet kunnen zeggen wat er in hen omgaat. Voor woonbegeleiders in de gehandicaptenzorg heeft Bureau Weerbaar en Veilig een agressietraining die daarvan uitgaat. Na een adviesgesprek stemt de trainer de oefensituaties af op je agressieprotocol, de gedragsplannen en de afspraken over de achterwacht. Woonbegeleiders oefenen op je eigen locatie met een trainer en een trainingsacteur, en na de trainingsdag is er altijd een evaluatie met vervolgadvies. De vier onderdelen zijn basis, gevorderd, expert en leidinggevenden, en elke woonbegeleider krijgt een bewijs van deelname.
Vraag een adviesgesprek aan →Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek een schriftelijk voorstel.
PraktijkbeeldEigen fotomateriaal volgt
- Programma
- Adviesgesprek, afstemming, trainingsdag, evaluatie en vervolgadvies
- Voor wie
- Begeleiders en agogisch medewerkers in de woonbegeleiding gehandicaptenzorg, en hun leidinggevenden.
- Trainingsdag
- 9.00 tot 16.00 uur, op je eigen locatie
- Met
- Een trainer en een trainingsacteur, allebei in de prijs
- Groep
- In overleg, advies maximaal 10 begeleiders
- Na afloop
- Bewijs van deelname, daarna evaluatie met vervolgadvies
Vrijblijvend kennismaken? Begin met een adviesgesprek. Vraag een adviesgesprek aan.
PraktijkbeeldEigen fotomateriaal volgt
De praktijk
Agressie op de woongroep
Agressie op een woongroep kan communicatie zijn. Een cliënt begrijpt niet waarom zijn vaste begeleider vandaag niet komt, of raakt overprikkeld door geluid en drukte in de huiskamer. Hij heeft daar geen woorden voor, en dan spreekt het lichaam: duwen, slaan, gooien. De begeleider past dan tempo en toon aan, om niet zelf de prikkel te worden.
Anders ligt het bij gedrag waar een cliënt wel invloed op heeft, of bij geweld dat zich steeds op één begeleider richt. Daar hoort een grens bij, ook bij iemand die er weinig aan kan doen. Begrip voor het gedrag en een grens aan het gedrag gaan samen. Zonder die grens verschuift wat er op de woning normaal is, en dat merkt de cliënt zelf ook.
Vergelijkbare situaties komen terug in de agressietraining voor persoonlijk begeleiders en de agressietraining voor gedragsdeskundigen en orthopedagogen. Alle beroepen staan in het overzicht van agressietraining per beroep. Hoe een agressietraining in het algemeen werkt, lees je bij agressietraining: zo werkt het.
Uit de oefensituaties
- OefensituatieEen cliënt duwt de begeleider weg omdat zijn vaste begeleider vandaag niet komt.
- OefensituatieEen cliënt raakt overprikkeld door geluid in de huiskamer en begint te gooien.
- OefensituatieDe begeleider zegt nee tegen een tweede beker koffie, en de tafel gaat om.
- OefensituatieEén cliënt ontregelt, en even later loopt de hele woning mee.
Van adviesgesprek tot evaluatie
Zo verloopt de agressietraining voor woonbegeleiders in de gehandicaptenzorg
Van het eerste gesprek tot de evaluatie na de trainingsdag. Hoe zo'n dag in zijn werk gaat, lees je bij zo werkt een trainingsdag.
Adviesgesprek
Je vertelt wat er op de woning gebeurt en op welke momenten van de dag het misgaat. Met die momenten op de woning bepalen we welk onderdeel past en hoe groot de groep wordt. Ook kiezen we de oefensituaties die de trainingsacteur in de oefengesprekken neerzet.
Afstemming
De trainer leest je agressieprotocol, de afspraken met de gedragsdeskundige en de afspraken over de achterwacht in de avond en nacht, zodat de oefeningen daarop aansluiten.
Trainingsdag
Een dag op je eigen locatie, met een trainer en een trainingsacteur. Iedere begeleider krijgt een bewijs van deelname.
Evaluatie en vervolgadvies
De evaluatie na de trainingsdag volgt altijd. We bekijken wat er op de woning anders gaat en borgen de afspraken in het team. Het vervolgadvies gaat bijvoorbeeld over het melden van incidenten, de samenwerking met de gedragsdeskundige of een volgend onderdeel.
Vier onderdelen
Van basistraining tot leidinggevenden
Je kiest wat past bij je begeleiders en het werk. In het adviesgesprek bepalen we samen waar je zorgteam begint: bij de basistraining, of eerst bij het programma voor leidinggevenden.
Voor iedere begeleider: agressie begrijpen vanuit de cliënt, veilig blijven en begrenzen.
Naar dit onderdeel ↓Gevorderde trainingVoor woningen met zware gedragsproblemen: gericht geweld, nachtdiensten en één aanpak per cliënt.
Naar dit onderdeel ↓ExpertniveauVoor begeleiders met een extra rol, zoals werkbegeleider of opvang: collega's opvangen en begeleiden na een incident.
Naar dit onderdeel ↓Programma voor leidinggevendenVoor teamleiders, locatiemanagers en gedragscoördinatoren: gedragsplannen, teamafspraken, melden en opvang.
Naar dit onderdeel ↓Onderdeel 1 · Basis
Basistraining: agressie begrijpen en veilig blijven
Voor iedere begeleider. De oefensituaties hieronder vullen we aan met wat je begeleiders zelf in de woonkamer, bij het eten en in de avond meemaken.
Voor wie
Iedere begeleider. Met dit onderdeel begin je.
Oefensituaties in de basistraining
- Een cliënt duwt de begeleider weg omdat zijn vaste begeleider vandaag niet komt.
- Een cliënt raakt overprikkeld door geluid in de huiskamer en begint te gooien.
- De begeleider zegt nee tegen een tweede beker koffie, en de tafel gaat om.
- Eén cliënt ontregelt, en even later loopt de hele woning mee.
- Een cliënt slaat naar de begeleider tijdens het aankleden, en de zorg moet toch verder.
Na de basisdag kunnen begeleiders
- Lezen wat het gedrag van een cliënt met een verstandelijke beperking probeert te zeggen.
- Onderscheiden wanneer een cliënt niet anders kan en wanneer hij wel kan stoppen.
- Tempo en toon aanpassen, zodat de begeleider niet zelf de prikkel wordt.
- De spanning terugbrengen op een manier die bij deze cliënt werkt.
- Overzicht houden als meer dan één cliënt op de woning ontregelt.
- Opschrijven wat er gebeurde, zodat het team ziet wat terugkomt.
Zo oefent een begeleider met de trainingsacteur
In de oefengesprekken is de trainingsacteur een cliënt van de woning, met het gedrag dat je begeleiders kennen. De oefensituaties gaan uit van de huiskamer, met de drukte van de woongroep eromheen. Iedereen kan een oefening op elk moment stoppen. De trainer bewaakt dat de oefening voor iedereen veilig blijft. Wie de trainers en trainingsacteurs zijn, zie je bij het team.
Zo werkt een trainingsdag →Onderdeel 2 · Gevorderd
Gevorderde agressietraining voor woonbegeleiders in de gehandicaptenzorg
Bij ernstige meervoudige beperkingen of lvb met bijkomende problemen kan het geweld heftiger, gerichter en hardnekkiger zijn. Het komt op vaste momenten en richt zich soms op één vaste begeleider. Tijdens een nachtdienst staat een begeleider er alleen voor tot de achterwacht er is. Op dit niveau oefenen begeleiders wat ze in die situaties doen.
Waar het om draait: bij dezelfde cliënt doet iedere begeleider hetzelfde. Krijgt een cliënt bij de een voor elkaar wat bij de ander mislukt, dan houdt het team het gedrag zelf in stand.
Voor wie
Begeleiders op woongroepen waar veel agressie voorkomt, met cliënten met ernstige meervoudige beperkingen of lvb met bijkomende problemen.
Instap: de basistraining gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.
Oefensituaties in de gevorderde training
- Een cliënt slaat om zodra de begeleider hem aan een afspraak houdt die er al maanden ligt.
- Een cliënt richt zijn geweld op één begeleider en laat de anderen met rust.
- De spanning op de woning loopt al dagen op, en niemand weet meer waardoor.
- Bij de ene begeleider lukt niet wat bij de andere wel lukt, en de cliënt weet dat.
- Een begeleider staat tijdens de nachtdienst alleen tegenover een cliënt die zijn kamer uit komt.
Na deze dag kunnen begeleiders
- Zien wat er telkens aan een uitbarsting voorafgaat, en de benadering daarop aanpassen.
- Benoemen dat het geweld op één begeleider is gericht, zonder dat sterker te maken.
- Met collega's afspreken dat iedereen bij deze cliënt hetzelfde doet.
- Handelen bij zwaar fysiek geweld, ook in een nachtdienst voordat de achterwacht er is.
- Zich terugtrekken in plaats van doorzetten, en hardop afwegen wat kan wachten.
- Een collega de cliënt laten overnemen, en samen naar de gedragsdeskundige stappen als het niet stopt.
Onderdeel 3 · Expert
Agressietraining op expertniveau voor woonbegeleiders in de gehandicaptenzorg
Na een incident op de woning loopt een begeleider misschien eerst naar een collega, niet naar de teamleider. De reactie van die collega telt mee bij de vraag of de klap wordt gemeld of wordt weggeschreven als iets wat bij de doelgroep hoort. Expert is voor werkbegeleiders van nieuwe collega's en stagiairs, aandachtsfunctionarissen en collega's die anderen opvangen na een incident.
Waar het om draait: de eerste opvang is rustig en zonder oordeel, en de collega weet wanneer de teamleider, de gedragsdeskundige of de bedrijfsarts erbij moet.
Voor wie
Ervaren begeleiders die nieuwe collega's inwerken of collega's opvangen na een incident.
Instap: de basis- en gevorderde training gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.
Oefensituaties op expertniveau
- Een collega maakt na een klap de dienst af en zegt dat het bij de doelgroep hoort.
- Een nieuwe collega vraagt wat ze anders had moeten doen toen de tafel omging.
- Een invalkracht weet niet wat de afspraken bij een cliënt zijn en durft het niet te vragen.
- Een collega op wie het geweld van één cliënt gericht is, gaat twijfelen aan zichzelf.
- Een uit de hand gelopen avondmaaltijd op de woning komt in het teamoverleg, en niemand mag de begeleider van die dienst de schuld geven.
Na deze dag kunnen begeleiders
- Een begeleider die net geslagen of gekrabd is door een cliënt rustig opvangen op het kantoor van de woning, zonder verwijt.
- Zien wanneer een begeleider na een incident met een cliënt niet meer alleen een dienst wil draaien, en dan de teamleider erbij halen.
- Een nieuwe collega of invalkracht inwerken met de afspraken per cliënt.
- Collega's aanmoedigen om een klap te melden, ook als die bij de doelgroep lijkt te horen.
- Een incident met een cliënt zo in het teamoverleg bespreken dat het team weet wat het in het gedragsplan of de dienstafspraken bijstelt.
Onderdeel 4 · Leidinggevenden
Agressietraining voor leidinggevenden in de gehandicaptenzorg
Op een woongroep is agressie tegelijk een zorgvraag en een veiligheidsvraag. Wat je stuurt, is hoe die twee samengaan. Wat vraagt een gedragsplan van de begeleider, houdt iedere dienst dezelfde lijn aan, en wie vangt de begeleider op na een incident?
Voor wie
Teamleiders, locatiemanagers en gedragscoördinatoren in de woonbegeleiding gehandicaptenzorg.
Wat er na een incident gebeurt
Wordt een klap weggeschreven als iets wat bij de doelgroep hoort, dan meldt niemand hem meer. De gedragsdeskundige mist dan precies de informatie waar zijn advies op zou rusten. De cliënt kan er weinig aan doen, en toch is je begeleider geslagen. Beide zijn tegelijk waar.
Daarom leg je gedragsplannen naast wat het team op de vloer werkelijk kan, ook op een zondagavond met een invalkracht. Je scherpt de teamafspraken aan, zodat de aanpak niet per dienst verschilt. En je spreekt met de gedragsdeskundige af wie wat doet na een incident.
Zo oefenen leidinggevenden
In de oefengesprekken is de trainingsacteur een begeleider die net een incident heeft meegemaakt, of een begeleider die vindt dat melden geen zin heeft.
Oefensituaties voor leidinggevenden
- Een begeleider schrijft een klap op als iets wat bij de doelgroep hoort.
- Het gedragsplan vraagt iets wat de begeleiders die avond niet aankunnen.
- Elke dienst pakt dezelfde cliënt anders aan, en het gedrag blijft terugkomen.
- Een begeleider maakt na een incident de dienst af, en niemand belt haar later.
- De gedragsdeskundige adviseert op meldingen die het team nooit heeft ingevuld.
Na deze dag kunnen leidinggevenden
- Een gedragsplan ook beoordelen op wat het voor de veiligheid van de begeleider betekent.
- Met het team afspreken wat iedereen doet bij agressie die steeds terugkomt.
- Na een incident op de woning dezelfde week nog met de begeleider gaan zitten.
- Merken dat het team klappen is gaan wegschrijven als iets wat bij de doelgroep hoort.
- Met de gedragsdeskundige afspreken wie wat doet na een incident.
- Uit de meldingen halen op welke momenten van de dag het misgaat, en daar de teamafspraken op bouwen.
Adviesgesprek
Passend voor je begeleiders?
In een vrijblijvend adviesgesprek kiezen we samen het onderdeel dat past bij het werk in de zorg. Je krijgt daarna een schriftelijk voorstel met de opbouw, het aantal dagen en de prijs. Fysieke technieken oefenen we op aanvraag; dat spreek je af in het adviesgesprek. Wat bepaalt de prijs?
Vraag een adviesgesprek aanHet team achter de training
Een trainer en een trainingsacteur uit ons team
Ons team telt 12 mensen, onder wie trainers en trainingsacteurs. Op de trainingsdag werk je met een trainer en een trainingsacteur uit dit team.
Bekijk wie we zijn →Voor de werkgever
Wat je als werkgever regelt, en wat het oplevert
Een training haalt agressie niet weg. Wel gaan begeleiders zekerder aan het werk: op de woning weten ze wanneer ze de situatie aanpassen en wanneer ze het gedrag begrenzen. Bij dezelfde cliënt doen ze in elke dienst hetzelfde, en de gedragsdeskundige kan iets met hun melding.
Agressie en geweld vallen in de Arbowet onder psychosociale arbeidsbelasting (artikel 1). De werkgever moet beleid voeren om die te voorkomen of te beperken (artikel 3 lid 2). Het Arbobesluit werkt dat uit in artikel 2.15: als werkgever beoordeel je het risico in de RI&E en leg je maatregelen vast in het plan van aanpak. Ook geef je medewerkers voorlichting en onderricht. Een training is één manier om die voorlichting en dat onderricht in te vullen.
Tijdens het adviesgesprek lopen we na wat er op de woning al vastligt. Op tafel liggen dan het agressieprotocol, de gedragsplannen en de afspraken met de gedragsdeskundige. We kijken ook naar de achterwacht in de nacht en de opvang na een incident. Meer over de sector lees je bij agressietraining in de zorg. Wat de wet van je vraagt, staat op de pagina agressie en de werkgever.
Vragen over agressietraining voor woonbegeleiders in de gehandicaptenzorg
Vragen van de werkgever
Waar vindt de trainingsdag plaats?
Op je eigen locatie. Welke ruimte dat wordt, spreken we af in het adviesgesprek. Begeleiders hoeven dus niet naar een cursuscentrum.
Is een agressietraining verplicht?
Nee, de Arbowet schrijft geen training voor. Wel vraagt de Arbowet je als werkgever om agressie als risico aan te pakken. Wat je dan regelt en waar een training past, staat hierboven bij de werkgever.
Wat kost het programma?
De prijs hangt af van het onderdeel, de groepsgrootte, het aantal dagen, de voorbereiding en de reistijd.
Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek krijg je een schriftelijk voorstel. Daarin staan de opbouw van het programma, het aantal groepen en dagen, en de prijs met wat er altijd bij zit. De reiskosten staan er apart in. Meer hierover lees je op de pagina over de kosten.
Hoe blijven de afspraken na de trainingsdag hangen?
Na iedere trainingsdag volgt een evaluatie. Daarin kijken we wat er in de praktijk is veranderd, borgen we de afspraken en geven we vervolgadvies. De afspraken zelf liggen bij je zorgorganisatie: in het werkoverleg en bij de leidinggevenden.
Sluit de training aan op ons protocol en de gedragsplannen?
Ja, op je protocol en de gedragsplannen sluit de training aan. Je protocol, de afspraken met de gedragsdeskundige en de achterwacht nemen we in het adviesgesprek door. Die afspraken zijn het vertrekpunt van de oefeningen, en er komt geen eigen aanpak naast te staan.
Wat is het verschil tussen gevorderd en expert?
Gevorderd richt zich op het eigen handelen bij zware gedragsproblemen. Expert is voor begeleiders die er een rol bij hebben: collega's bijstaan na een incident en nieuwe collega's inwerken met dezelfde afspraken.
Wat is het verschil met het programma voor leidinggevenden?
Begeleiders oefenen hun eigen werk op de woning. Leidinggevenden oefenen wat erna komt: de gedragsplannen naast de veiligheid van het team leggen, de teamafspraken, de meldingen en de opvang.
Kan de gedragsdeskundige bij de trainingsdag aanwezig zijn?
Of de gedragsdeskundige aanwezig kan zijn, bespreken we in het adviesgesprek. Daar komt ook aan bod of dat bij de basis, het gevorderde onderdeel of het programma voor leidinggevenden het meest oplevert.
Over de vier onderdelen
Wat is het verschil tussen agressie uit onvermogen en begrensbaar gedrag?
Agressie uit onvermogen komt voort uit de beperking zelf: de cliënt kan op dat moment niet anders. Begrensbaar gedrag is gedrag waar hij wel invloed op heeft. Dat verschil bepaalt of de begeleider de situatie aanpast of het gedrag begrenst.
Onze begeleiders draaien de nachtdienst alleen. Wordt daarmee geoefend?
Ja, de nachtdienst zonder collega krijgt een eigen oefening. Begeleiders oefenen wat ze doen in de minuten voordat de achterwacht er is, en wanneer ze een deur tussen zichzelf en de cliënt houden.
Moet onze woonlocatie een vast opvangteam hebben voordat begeleiders dit onderdeel volgen?
Nee, een vast opvangteam op de woonlocatie is niet nodig voordat begeleiders dit onderdeel volgen. Ook ervaren begeleiders die nieuwe collega's en invalkrachten inwerken, hebben er baat bij. In het adviesgesprek kijken we wie op je woningen die rol al heeft.
Het gedragsplan vraagt iets wat onze begeleiders die avond niet aankunnen. Wat dan?
Vraagt het gedragsplan iets wat begeleiders die avond niet aankunnen, dan mist het plan een kant. Je beoordeelt een gedragsplan ook op wat het van de begeleider vraagt, en legt dat terug bij de gedragsdeskundige, zonder de zorg voor de cliënt te ondermijnen.
Dit programma voor je begeleiders?
In een adviesgesprek vertel je wat er op de woning gebeurt en op welke momenten het misgaat. Daarna bepalen we het onderdeel en de groepsgrootte en kiezen we oefensituaties die bij je bewoners passen. De trainingsdag en de evaluatie plannen we rond het dienstrooster van de woning.