Sector openbaar vervoer
Agressietraining in het openbaar vervoer
In het openbaar vervoer gebeurt agressie in een rijdend voertuig, met reizigers die meekijken. Chauffeurs, conducteurs en bestuurders worden uitgescholden, bedreigd, bespuugd en soms geslagen. Deze pagina laat zien hoe de agressietraining voor het openbaar vervoer daarop wordt ingericht.
Vraag een adviesgesprek aan →Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek een schriftelijk voorstel.
In het kort
Agressietraining in het openbaar vervoer bereidt personeel voor op agressie in een voertuig dat niet zomaar kan stoppen. Bureau Weerbaar en Veilig stemt de oefensituaties af op je agressieprotocol en de afspraken met de centrale. De trainingsdag is op je eigen locatie, met een trainer en een trainingsacteur, en daarna volgt altijd een evaluatie met vervolgadvies.
- Trainingsdag
- 9.00 tot 16.00 uur, op je eigen locatie
- Met
- Een trainer en een trainingsacteur, allebei in de prijs
- Groep
- In overleg, advies maximaal 10
- Na afloop
- Bewijs van deelname, daarna evaluatie met vervolgadvies
- Fysieke technieken
- Op aanvraag; standaard bij evenementen- en objectbeveiligers, horecaportiers, handhavers en boa's en in justitiële jeugdinrichtingen
Openbaar vervoer
Agressietraining per beroep in het openbaar vervoer
Elk beroep heeft een eigen pagina met de vier onderdelen: basis, gevorderd, expert en leidinggevenden. Fysieke technieken oefenen we op aanvraag; dat spreek je af in het adviesgesprek.
- Agressietraining voor buschauffeursDe buschauffeur kan de bus niet uit als een reiziger agressief wordt, en de verkeersveiligheid gaat altijd voor.Naar de training →
- Agressietraining voor treinpersoneelTussen twee stations kan een conducteur nergens heen als een reiziger tijdens de controle gaat dreigen.Naar de training →
Waarom agressie in het openbaar vervoer anders is
Op de meeste werkplekken kan een medewerker een stap terug doen of een collega roepen. In een bus of trein kan dat niet. De rit gaat door, en de deuren gaan pas bij de volgende halte of het volgende station open.
Daarbij is er altijd publiek. Een volle bus of coupé kijkt mee, en soms filmt iemand. Dat maakt het voor een boze reiziger moeilijker om terug te krabbelen.
Een derde verschil is dat de veiligheid van alle reizigers meeweegt. Een chauffeur moet blijven rijden en een conducteur moet de rest van de coupé in de gaten houden. Elk besluit raakt dus meer mensen dan de reiziger die boos is.
Wat buschauffeurs en treinpersoneel delen
Beide beroepen krijgen veel boosheid bij inchecken of controle, bij vertraging en bij reizigers die gedronken hebben. Die reiziger kan geïrriteerd zijn zonder uit te zijn op een confrontatie. Kort erkennen, zeggen wat er nu gebeurt en doorgaan kan dan de spanning eruit halen.
Ze kennen ook de reiziger of groep die bewust de confrontatie zoekt. Daar werkt uitleggen averechts. Dan gaat het om één korte grens op het gedrag en om het besluit erachter, samen met de centrale.
Waarin hun werk verschilt
De buschauffeur zit alleen achter het stuur en kan niet weg van zijn plek. De verkeersveiligheid gaat bij hem altijd voor. De conducteur loopt juist door de trein en stapt zelf op reizigers af tijdens de controle.
Daardoor verschillen de oefensituaties. Voor chauffeurs gaat het om rustig blijven en begrenzen vanaf de stoel. Voor treinpersoneel om een controle die dreigt te escaleren, en om de keuze tussen doorgaan, vervolgen of de centrale inschakelen.
Zo richten we de agressietraining in voor bus en trein
Het begint met een adviesgesprek. Daarin bespreekt de trainer je agressieprotocol, de afspraken met de centrale en de meldroute na een incident. Op basis daarvan worden de oefensituaties gekozen.
Op de trainingsdag oefenen chauffeurs en treinpersoneel in oefengesprekken met de trainingsacteur, op je eigen locatie. Iedereen kan een oefening op elk moment stoppen, en de trainer bewaakt de veiligheid. Iedere medewerker krijgt een bewijs van deelname.
Per beroep zijn er vier onderdelen: basis, gevorderd, expert en leidinggevenden. Expert is voor medewerkers met een extra rol, zoals mentor of opvang van collega's. De groepsgrootte bepalen we in overleg; wij adviseren maximaal 10.
Wat de vervoerder zelf regelt
Een training staat niet op zichzelf. De vervoerder legt zelf vast wat medewerkers doen en wie hen helpt.
- Een agressieprotocol met duidelijke afspraken met de centrale.
- Een meldroute, ook voor schelden en spugen.
- Afspraken over wie de medewerker na een incident opvangt. Leidinggevenden en collega's met die taak oefenen in de training wat ze dan doen.
- Afspraken over wanneer een reiziger de bus of trein uit moet.
- De risico's in de RI&E en de maatregelen in het plan van aanpak.
Veelgestelde vragen
Kunnen buschauffeurs en treinpersoneel samen getraind worden?
Buschauffeurs en treinpersoneel kunnen samen getraind worden, maar een eigen groep per beroep kan beter werken. Een chauffeur achter het stuur en een conducteur in de coupé hebben andere keuzes. In het adviesgesprek bepaal je samen met de trainer wat past.
Hoe komt de rol van de centrale in de training terug?
De afspraken met de centrale zijn een vast onderdeel van de oefensituaties. Medewerkers oefenen wanneer en hoe ze de centrale inschakelen. Ook oefenen ze wat ze tot die tijd zelf doen.
Gaat de training over fysiek ingrijpen?
Fysiek ingrijpen hoort standaard niet bij de training voor het openbaar vervoer, op aanvraag wel. De training gaat over begrenzen met woorden en over het besluit erachter, en medewerkers leren op tijd hulp in te schakelen. Wil je ook fysieke technieken laten oefenen, dan spreken we dat af in het adviesgesprek, binnen je agressieprotocol.
Wat leren leidinggevenden in het openbaar vervoer?
Leidinggevenden leren hoe ze een medewerker na een incident opvangen en hoe ze een melding opvolgen. Ze bespreken ook hoe afspraken met de centrale in de praktijk werken. Zo sluit hun rol aan op wat chauffeurs en conducteurs oefenen.
Een programma voor je eigen medewerkers?
In een adviesgesprek vertel je wat er in het werk gebeurt. Daarna kiezen we samen het onderdeel en de groepsgrootte, stellen we de oefensituaties samen en plannen we de trainingsdag en de evaluatie.
Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek krijg je een schriftelijk voorstel. Daarin staan de opbouw van het programma, het aantal groepen en dagen, en de prijs met wat er altijd bij zit. De reiskosten staan er apart in.