Sector onderwijs
Agressietraining in het onderwijs
In het onderwijs kijkt er bijna altijd iemand mee: de klas, andere ouders of collega's. Elke reactie van de leraar telt daardoor dubbel. In de kinderopvang gebeurt dat bij het halen en brengen. Bureau Weerbaar en Veilig stemt de agressietraining af op de school, de leeftijd van de leerlingen en je eigen protocol.
Vraag een adviesgesprek aan →Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek een schriftelijk voorstel.
In het kort
Een agressietraining in het onderwijs leert leraren, leerplichtambtenaren en pedagogisch medewerkers rustig en duidelijk te reageren op boze leerlingen, studenten en ouders, terwijl anderen meekijken. Ze oefenen dat met een trainingsacteur, op je eigen locatie.
- Trainingsdag
- 9.00 tot 16.00 uur, op je eigen locatie
- Met
- Een trainer en een trainingsacteur, allebei in de prijs
- Groep
- In overleg, advies maximaal 10
- Na afloop
- Bewijs van deelname, daarna evaluatie met vervolgadvies
- Fysieke technieken
- Op aanvraag; standaard bij evenementen- en objectbeveiligers, horecaportiers, handhavers en boa's en in justitiële jeugdinrichtingen
Onderwijs
Agressietraining per beroep in het onderwijs
Elk beroep heeft een eigen pagina met de vier onderdelen: basis, gevorderd, expert en leidinggevenden. Fysieke technieken oefenen we op aanvraag; dat spreek je af in het adviesgesprek.
- Agressietraining voor leerkrachten in het basisonderwijsLeerkrachten krijgen de boosheid vooral van ouders, bij de klasdeur of op het plein.Naar de training →
- Agressietraining voor leerplichtambtenarenZe handhaven en helpen tegelijk, en zitten daarvoor ook bij gezinnen aan de keukentafel.Naar de training →
- Agressietraining voor leraren in het mboDe groep kijkt mee, en studenten lopen ook vast op stage of op problemen buiten school.Naar de training →
- Agressietraining voor leraren in het voortgezet onderwijsElke reactie wordt door de klas gewogen en bepaalt hoe de rest van het jaar loopt.Naar de training →
- Agressietraining voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvangBij het halen en brengen staat de pedagogisch medewerker tegenover een boze ouder, met kinderen om zich heen die zorg nodig hebben.Naar de training →
Waarom agressie in het onderwijs anders is
Een leraar ziet dezelfde leerlingen en ouders het hele jaar. Hij kan een conflict niet afsluiten door iemand weg te sturen. Wat er vandaag gebeurt, bepaalt hoe de klas morgen reageert.
Daarbij komt de groep. Een leerling die uitdaagt, kan dat doen omdat de klas kijkt. Een ouder die op het plein verhaal komt halen, doet dat tussen andere ouders en kinderen. Een agressietraining in het onderwijs gaat dus ook over het publiek om het conflict heen.
Van basisschool tot leerplicht: wat onderwijsberoepen delen
Alle beroepen in deze sector hebben een langdurige relatie met kinderen en gezinnen. Boosheid kan uit zorg, frustratie of vastlopen komen. Bewuste druk komt ook voor: een ouder die steeds terugkomt of een groepje dat de les stillegt.
De bron verschilt. Op de basisschool komt de agressie vooral van ouders. In het voortgezet onderwijs en het mbo staat de klas centraal. De leerplichtambtenaar zit juist bij gezinnen thuis en heeft een bevoegdheid die ouders als dreiging zien.
Zo richten we de agressietraining in voor scholen
In het adviesgesprek bespreken we de school, de leerlingen en de incidenten. Daarna stemmen we de oefensituaties af op je protocol en afspraken, zoals wie erbij komt bij een boze ouder en hoe een leerling uit de les gaat.
Op de trainingsdag oefenen leraren met een trainingsacteur in situaties uit hun eigen school. Een leraar kan een oefening altijd stilleggen, en de trainer zorgt dat het veilig blijft. Daarna volgt altijd een evaluatie met vervolgadvies. Iedereen krijgt een bewijs van deelname. Er zijn vier onderdelen: basis, gevorderd, expert en leidinggevenden.
Wat de school zelf regelt
Volgens Arbowet artikel 1 valt agressie onder psychosociale arbeidsbelasting, en artikel 3 lid 2 vraagt de werkgever beleid te voeren om die te voorkomen of te beperken. Het Arbobesluit artikel 2.15 vraagt je het risico te beoordelen in de RI&E en maatregelen op te nemen in het plan van aanpak.
Een training is één manier om dat in te vullen, geen plicht. Het protocol en de meldroute regelt de school zelf. Leidinggevenden oefenen in hun eigen programma hoe ze merken dat een medewerker na een incident opvang nodig heeft. Collega's die anderen opvangen, oefenen het gesprek na een incident in het onderdeel expert. In het adviesgesprek kijken we wat er al staat, zodat de training daarop aansluit.
Veelgestelde vragen
Gaat de training over leerlingen of over ouders?
Allebei, de verhouding stemmen we af op je school. Op de basisschool ligt de nadruk op ouders, in het voortgezet onderwijs en mbo op de klas. Dat bespreken we in het adviesgesprek.
Houdt de training rekening met de leeftijd van de leerlingen?
Ja, de oefensituaties passen bij de leeftijd en het type school. Een kleuter die slaat vraagt iets anders dan een student die de les stillegt. Dat stemmen we af in het adviesgesprek.
Leren leraren ook wat ze doen als de klas meekijkt?
Ja, dat is in het onderwijs een vast deel van de oefensituaties. Leraren oefenen hoe ze een uitdaging afhandelen zonder de rest van de les te verliezen. En wanneer ze het gesprek beter na de les voeren.
Is er iets voor mentoren en collega's die anderen opvangen?
Ja, daarvoor is het onderdeel expert. Dat is bedoeld voor medewerkers met een extra rol, zoals mentor of opvang van collega's na een incident. De rol van hulpverlener nemen zij niet over.
Een programma voor je eigen medewerkers?
In een adviesgesprek vertel je wat er in het werk gebeurt. Daarna kiezen we samen het onderdeel en de groepsgrootte, stellen we de oefensituaties samen en plannen we de trainingsdag en de evaluatie.
Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek krijg je een schriftelijk voorstel. Daarin staan de opbouw van het programma, het aantal groepen en dagen, en de prijs met wat er altijd bij zit. De reiskosten staan er apart in.