Vraag een adviesgesprek aan
Menu
  1. Home
  2. Beroepen
  3. Onderwijs
  4. Leraren in het voortgezet onderwijs

Onderwijs · basis, gevorderd, expert en leidinggevenden

Agressietraining voor leraren in het voortgezet onderwijs

Leraren in het voortgezet onderwijs worden voor de klas uitgescholden, belachelijk gemaakt en soms bedreigd, door leerlingen en ook door ouders. Leraren oefenen bij Bureau Weerbaar en Veilig om rustig te blijven en kort te begrenzen zonder gezag te verliezen. En om de spanning eruit te halen voordat het fysiek wordt. De veiligheid in de klas gaat altijd voor.

Een leraar die een leerling aanspreekt, doet dat bijna altijd met de hele klas als publiek. De agressietraining voor leraren in het voortgezet onderwijs van Bureau Weerbaar en Veilig gaat uit van die situatie en van je veiligheidsplan en gedragsprotocol. Na het adviesgesprek oefenen leraren op een trainingsdag op je eigen locatie met een trainer en een trainingsacteur. De school ontvangt altijd een evaluatie met vervolgadvies, en iedere leraar een bewijs van deelname. Het aanbod bestaat uit vier onderdelen: basis, gevorderd, expert en leidinggevenden.

Vraag een adviesgesprek aan →

Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek een schriftelijk voorstel.

Programma
Adviesgesprek, afstemming, trainingsdag, evaluatie en vervolgadvies
Voor wie
Leraren, onderwijsassistenten en andere medewerkers met leerling- en oudercontact in het voortgezet onderwijs, en hun leidinggevenden.
Trainingsdag
9.00 tot 16.00 uur, op je eigen locatie
Met
Een trainer en een trainingsacteur, allebei in de prijs
Groep
In overleg, advies maximaal 10 leraren
Na afloop
Bewijs van deelname, daarna evaluatie met vervolgadvies

Vrijblijvend kennismaken? Begin met een adviesgesprek. Vraag een adviesgesprek aan.

De praktijk

Agressie in de klas en op school

Een leraar staat nooit tegenover één leerling. De klas kijkt mee en weegt elke reactie. Reageert de leraar te laat of te fel, dan is die klas de rest van het jaar moeilijker te sturen. Boosheid komt bijvoorbeeld van een leerling die vastloopt of de situatie niet meer aankan. Die leerling kan gefrustreerd zijn zonder uit te zijn op een confrontatie. Even ruimte geven en daarna kort zeggen wat er nu gebeurt, kan dan de spanning eruit halen.

Anders ligt het bij een leerling die bewust uitdaagt omdat de klas kijkt, of een groepje dat elke les op hetzelfde moment verstoort. Dat levert status op, en uitleggen werkt dan averechts. Dan gaat het om een korte grens en om het besluit erachter: doorgaan, de leerling apart nemen, hem uit de les sturen of een collega erbij halen. Ook een boze ouder op school vraagt een eigen aanpak. Bij een ernstige bedreiging volgt de leraar het protocol van de school.

Vergelijkbare situaties komen terug in de agressietraining voor leraren in het mbo en de agressietraining voor leerplichtambtenaren. Alle beroepen staan in het overzicht van agressietraining per beroep. Hoe een agressietraining in het algemeen werkt, lees je bij agressietraining: zo werkt het.

Uit de oefensituaties

  • OefensituatieEen leerling maakt de leraar belachelijk en de klas wacht op wat hij doet.
  • OefensituatieEen leerling gebruikt dreigende taal terwijl hij naar de deur loopt.
  • OefensituatieEen leerling weigert het lokaal te verlaten en blijft demonstratief zitten.
  • OefensituatieEen leerling staat op en stapt op de leraar af terwijl de klas erbij zit.

Van adviesgesprek tot evaluatie

Zo verloopt de agressietraining voor leraren in het voortgezet onderwijs

Van het eerste gesprek tot de evaluatie na de trainingsdag. Hoe zo'n dag in zijn werk gaat, lees je bij zo werkt een trainingsdag.

  1. Adviesgesprek

    Je vertelt in welke klassen, leerjaren en situaties het misgaat: in het lokaal, op de gang of in een gesprek met een ouder. Met de schoolleiding bepalen we welk onderdeel past en hoe groot de groep wordt, en we bouwen oefensituaties uit de eigen lessen voor de oefengesprekken met de trainingsacteur.

  2. Afstemming

    De trainer leest je veiligheidsplan, het gedragsprotocol en de afspraken over uitsturen, zodat de oefeningen daarop aansluiten.

  3. Trainingsdag

    Een dag op je eigen locatie, met een trainer en een trainingsacteur. Een bewijs van deelname krijgt iedere leraar.

  4. Evaluatie en vervolgadvies

    Na de trainingsdag volgt altijd een evaluatie. We bespreken wat er in de praktijk is veranderd. Daarna borgen we de afspraken en geven vervolgadvies, onder meer over het gedragsprotocol, de opvang na incidenten of een volgend onderdeel.

Onderdeel 1 · Basis

Basistraining: begrenzen zonder gezag te verliezen

Voor iedere leraar met leerlingcontact. Deze oefensituaties staan vast, en ook wat je leraren zelf in de klas en op de gang meemaken krijgt een plek.

Voor wie

Iedere leraar. Met dit onderdeel begin je.

Oefensituaties in de basistraining

  • Een leerling maakt de leraar belachelijk en de klas wacht op wat hij doet.
  • Een leerling gebruikt dreigende taal terwijl hij naar de deur loopt.
  • Een leerling weigert het lokaal te verlaten en blijft demonstratief zitten.
  • Een leerling staat op en stapt op de leraar af terwijl de klas erbij zit.
  • Een ouder komt kwaad de school binnen en eist de leraar meteen te spreken.

Na de basisdag kunnen leraren

  • Zien of een leerling uit frustratie handelt of de leraar bewust uitdaagt.
  • Doorgaan met de les terwijl een leerling scheldt waar de klas bij zit.
  • Begrenzen met rustige, heldere taal, zonder de rest van de klas erbij te betrekken.
  • Ingrijpen voordat een leerling opstaat en naar de leraar toe stapt.
  • Een gesprek met een boze ouder rustig voeren, en het op tijd beëindigen.
  • Handelen en melden volgens het protocol van de school, en het incident nabespreken.

Zo oefent een leraar met de trainingsacteur

In de oefengesprekken is de trainingsacteur de leerling in het lokaal, met de klas als publiek, of de boze ouder bij de balie. De leraar oefent met stem, houding en het moment om over te dragen in plaats van door te zetten. Iedereen kan een oefening op elk moment stoppen. De trainer bewaakt dat de oefening voor iedereen veilig blijft. Wie de trainers en trainingsacteurs zijn, zie je bij het team.

Zo werkt een trainingsdag →

Onderdeel 2 · Gevorderd

Gevorderde agressietraining voor leraren in het voortgezet onderwijs

Sommig gedrag in de klas is niet impulsief. Een leerling weet precies welke knoppen werken, of de klas kiest halverwege het uur samen partij tegen de leraar. Wie zo'n leerling dan laat begaan, geeft de rest van de klas vooral een voorstelling. Op dit niveau oefenen leraren om het verschil te zien tussen een leerling die vastloopt en een leerling die bewust de les stillegt. Daar reageren ze verschillend op.

Waar het om draait: een leerling krijgt van iedere leraar hetzelfde antwoord. Wie merkt dat het per leraar verschilt, blijft het proberen.

Voor wie

Leraren en mentoren die zware of terugkerende incidenten in de klas meemaken.

Instap: de basistraining gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.

Oefensituaties in de gevorderde training

  • Een leerling verlegt elke week de grens, altijd net binnen de regels.
  • Een leerling zoekt het conflict omdat de klas dan naar hem kijkt.
  • De klas kiest halverwege het uur samen partij tegen de leraar.
  • Een leerling beschuldigt de leraar van iets wat niet is gebeurd.
  • Dezelfde leerling krijgt bij een collega wel ruimte en bij deze leraar niet.

Na deze dag kunnen leraren

  • Zien of een leerling vastloopt of precies weet welke knop hij indrukt.
  • Aan wegkijken, meelachen en verschuivende aandacht zien dat een klas gaat kantelen, en eerder ingrijpen.
  • Bij de eigen waarneming blijven bij een valse beschuldiging, en er meteen iemand bij halen.
  • Met het team afspreken wat er gebeurt bij een leerling die steeds opnieuw grenzen overschrijdt.
  • Een grens stellen en de leerling de volgende les gewoon weer binnenlaten.
  • Een leerling overdragen aan een collega op het moment dat de leraar er zelf niet doorheen komt.

Onderdeel 3 · Expert

Agressietraining op expertniveau voor leraren in het voortgezet onderwijs

Na een incident in de klas loopt een leraar misschien eerst bij een collega binnen, niet bij de teamleider. Dat eerste gesprek bepaalt mee of de leraar meldt, de klas het volgende uur weer ontvangt of thuisblijft. Het expertniveau is voor leraren die deze rol vervullen of gaan vervullen: mentoren, coaches van startende leraren en collega's die anderen opvangen.

Waar het om draait: een docent die na een onrustig lesuur binnenloopt, wordt rustig en zonder oordeel opgevangen. Zijn collega weet daarbij wanneer de teamleider of de bedrijfsarts moet worden ingeschakeld.

Voor wie

Ervaren leraren die startende collega's begeleiden, of collega's opvangen na een incident.

Instap: de basis- en gevorderde training gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.

Oefensituaties op expertniveau

  • Een collega komt na een bedreiging door een leerling de teamkamer in en wil er vooral niet over praten.
  • Een startende leraar vraagt wat hij anders had moeten doen toen de klas kantelde.
  • Een docent die door een leerling is uitgescholden, wil het niet melden omdat er toch niets mee gebeurt.
  • Een collega is ten onrechte beschuldigd door een leerling en twijfelt aan zichzelf.
  • In de teamvergadering komt een incident uit een onderbouwklas ter sprake, en de docent van dat uur mag niet de schuld krijgen.

Na deze dag kunnen leraren

  • Een docent na een uit de hand gelopen les rustig opvangen, zonder te oordelen.
  • Zien wanneer een docent na een incident meer nodig heeft dan een gesprek in de pauze, en dan de teamleider erbij halen.
  • Een startende leraar begeleiden met wat in de basistraining is afgesproken.
  • Docenten aanmoedigen om ook een scheldwoord of een dreigende opmerking in de klas te melden.
  • Een incident in de teamvergadering zo bespreken dat docenten er in hun eigen lessen iets aan hebben.

Onderdeel 4 · Leidinggevenden

Agressietraining voor leidinggevenden in het voortgezet onderwijs

Grensoverschrijdend gedrag houd je nooit helemaal buiten de school. Wat er daarna gebeurt, bepaal je wel zelf: wie de leraar spreekt, wat er met de melding gebeurt en of twee leraren op dezelfde leerling hetzelfde reageren.

Voor wie

Teamleiders, afdelingsleiders, zorgcoördinatoren en senior leraren die verantwoordelijk zijn voor het gedragsbeleid.

Wat er na een incident gebeurt

Een leraar vertelt in de teamkamer over een incident en meldt het daarna niet. Schelden op de gang wordt gezien als iets wat erbij hoort. Zonder meldingen zie je niet welk gedrag terugkomt, en in welke leerjaren.

Daarom werk je aan een teamnorm over wat je begrenst en hoe. Je toetst of het gedragsprotocol werkt op een dinsdagmiddag in een volle klas. Je legt vast wie erbij komt als een leraar er in de les niet uitkomt, of als een ouder de school niet wil verlaten. En je regelt wie een leraar na een ernstig incident spreekt.

Zo oefenen leidinggevenden

In de oefengesprekken is de trainingsacteur een leraar die net is bedreigd, of een leraar die vindt dat melden toch niets oplevert.

Oefensituaties voor leidinggevenden

  • Een leraar vertelt in de teamkamer over een incident en meldt het daarna niet.
  • Twee leraren reageren verschillend op dezelfde leerling in hetzelfde uur.
  • Het gedragsprotocol staat op intranet en niemand slaat het meer open.
  • Na een bedreiging zoekt de leraar zelf uit wat er nu moet gebeuren.
  • Niemand weet wie erbij komt als een ouder de school niet wil verlaten.

Na deze dag kunnen leidinggevenden

  • Zien welk gedrag op de school terugkomt, en in welke leerjaren.
  • Nagaan of het gedragsprotocol werkt op een dinsdagmiddag in een volle klas.
  • Een leraar na een ernstig incident elke keer spreken, ook als hij zegt dat het meeviel.
  • Vastleggen wie erbij komt als een leraar er in de les niet uitkomt.
  • Wegnemen wat leraren tegenhoudt om schelden op de gang te melden.
  • Uit de meldingen opmaken welke teamafspraak niet wordt nagekomen.

Adviesgesprek

Passend voor je leraren?

In een vrijblijvend adviesgesprek kiezen we samen het onderdeel dat past bij je school of organisatie. Je krijgt daarna een schriftelijk voorstel met de opbouw, het aantal dagen en de prijs. Fysieke technieken oefenen we op aanvraag; dat spreek je af in het adviesgesprek. Wat bepaalt de prijs?

Vraag een adviesgesprek aan

Het team achter de training

Een trainer en een trainingsacteur uit ons team

Ons team telt 12 mensen, onder wie trainers en trainingsacteurs. Op de trainingsdag werk je met een trainer en een trainingsacteur uit dit team.

Bekijk wie we zijn →

Voor de werkgever

Wat je als werkgever regelt, en wat het oplevert

Een training haalt agressie niet weg. Wel gaan leraren zekerder aan het werk: ze weten wat ze in de klas doen en wanneer ze een collega, de teamleider of de schoolleiding erbij halen. Ze reageren op dezelfde manier bij dezelfde leerling, en ze melden ook schelden op de gang.

Agressie en geweld vallen in de Arbowet onder psychosociale arbeidsbelasting (artikel 1). De werkgever moet beleid voeren om die te voorkomen of te beperken (artikel 3 lid 2). Het Arbobesluit werkt dat uit in artikel 2.15: als werkgever beoordeel je het risico in de RI&E en leg je maatregelen vast in het plan van aanpak. Ook geef je medewerkers voorlichting en onderricht. Een training is één manier om die voorlichting en dat onderricht in te vullen.

We kijken ook wat er al vastligt: het veiligheidsplan, het gedragsprotocol, de afspraken over uitsturen en de opvang na een incident. Meer over de sector lees je bij agressietraining in het onderwijs. Wat de wet van je vraagt, staat op de pagina agressie en de werkgever.

Vragen over agressietraining voor leraren in het voortgezet onderwijs

Vragen van de werkgever

Waar vindt de trainingsdag plaats?

Op je eigen locatie. Welke ruimte dat wordt, spreken we af in het adviesgesprek. Leraren hoeven dus niet naar een cursuscentrum.

Is een agressietraining verplicht?

Nee, de Arbowet schrijft geen training voor. Wel vraagt de Arbowet je als werkgever om agressie als risico aan te pakken. Wat je dan regelt en waar een training past, staat hierboven bij de werkgever.

Wat kost het programma?

De prijs hangt af van het onderdeel, de groepsgrootte, het aantal dagen, de voorbereiding en de reistijd.

Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek krijg je een schriftelijk voorstel. Daarin staan de opbouw van het programma, het aantal groepen en dagen, en de prijs met wat er altijd bij zit. De reiskosten staan er apart in. Meer hierover lees je op de pagina over de kosten.

Hoe blijven de afspraken na de trainingsdag hangen?

Na iedere trainingsdag volgt een evaluatie. Daarin kijken we wat er in de praktijk is veranderd, borgen we de afspraken en geven we vervolgadvies. De afspraken zelf liggen bij je school of organisatie: in het werkoverleg en bij de leidinggevenden.

Sluit de training aan op ons veiligheidsplan en gedragsprotocol?

Ja, op je veiligheidsplan en gedragsprotocol sluit de training aan. Het adviesgesprek gaat onder meer over het veiligheidsplan, het gedragsprotocol en de afspraken over uitsturen. Op die afspraken bouwen de oefeningen voort. Zo leren leraren wanneer ze zelf een grens stellen en wanneer ze overdragen.

Wat is het verschil tussen gevorderd en expert?

Het onderdeel gevorderd legt de nadruk op hoe een leraar zelf reageert in zware klassen. Expert is voor leraren met een extra taak: een collega bijstaan na een incident en startende leraren begeleiden met dezelfde afspraken.

Wat is het verschil met het programma voor leidinggevenden?

Leraren oefenen wat ze in de klas en bij een ouder doen. Leidinggevenden oefenen wat er daarna gebeurt: de meldingen per leerjaar, het gedragsprotocol, de teamafspraken en de opvang van de leraar.

Kunnen onderwijsassistenten en conciërges in dezelfde groep als leraren?

Ja, onderwijsassistenten en conciërges kunnen in dezelfde groep als leraren. Ook zij hebben contact met leerlingen en ouders, bijvoorbeeld op de gang of bij de ingang. De oefensituaties worden dan ook uit hun werk gekozen.

Over de vier onderdelen

Wat doet een leraar met een leerling die weigert het lokaal te verlaten?

Een leraar zet niet door, maar draagt op tijd over. Op deze dag oefent hij wat hij zegt, wat hij daarna doet en op welk moment hij overdraagt.

Een leerling beschuldigt een leraar van iets wat niet is gebeurd. Komt dat aan bod?

Ja, een valse beschuldiging door een leerling komt aan bod. De beschuldiging werkt omdat de leraar gaat twijfelen aan wat hij zelf zag. Daarom blijft hij bij de eigen waarneming en haalt hij er meteen iemand bij.

Is dit onderdeel ook bedoeld voor mentoren?

Ja, als zij collega's opvangen of startende leraren begeleiden. In het adviesgesprek kijken we wie op je school die rol al heeft.

Ons gedragsprotocol klopt op papier. Hoe merk je of het in de klas werkt?

Of een gedragsprotocol in de klas werkt, merk je door het naast de meldingen te leggen. Dan kan blijken dat het protocol uitgaat van een moment waarop een leraar rustig kan nadenken, en juist dat moment is er in de klas niet.

↑ Terug naar boven

Dit programma voor je leraren?

In een adviesgesprek vertel je in welke klassen en op welke momenten het misgaat. Vervolgens bepalen we samen welk onderdeel en welke groepsgrootte bij je school passen, maken we oefensituaties uit de klas en plannen we de trainingsdag met de evaluatie erna.