Vraag een adviesgesprek aan
Menu
  1. Home
  2. Beroepen
  3. Zorg
  4. Thuiszorg en wijkverpleging

Zorg · basis, gevorderd, expert en leidinggevenden

Alleen op huisbezoek. Niet zonder risico.

Agressietraining in de thuiszorg en wijkverpleging

Thuiszorgmedewerkers en wijkverpleegkundigen worden uitgescholden, vastgepakt en soms tegengehouden bij de deur, en ze staan er in de woning alleen voor. De agressietraining van Bureau Weerbaar en Veilig leert hen rustig te blijven en een grens te stellen zonder de zorgrelatie te schaden. Ze leren ook te bepalen wanneer ze een bezoek afbreken. De eigen veiligheid gaat altijd voor.

In de woning van een cliënt staat de thuiszorgmedewerker er alleen voor als iemand scheldt, vastpakt of de deur blokkeert. Bureau Weerbaar en Veilig biedt daarvoor een agressietraining voor thuiszorg en wijkverpleging. Een adviesgesprek gaat vooraf, waarna de trainer de oefensituaties afstemt op je protocol voor thuisbezoeken en de afspraken over afbreken en melden. Verzorgenden en wijkverpleegkundigen oefenen een dag op je eigen locatie met een trainer en een trainingsacteur, en daarna volgt altijd een evaluatie met vervolgadvies. De organisatie kiest uit basis, gevorderd, expert en leidinggevenden, en elke medewerker krijgt een bewijs van deelname.

Vraag een adviesgesprek aan →

Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek een schriftelijk voorstel.

Programma
Adviesgesprek, afstemming, trainingsdag, evaluatie en vervolgadvies
Voor wie
Verzorgenden, verpleegkundigen en wijkverpleegkundigen in de thuiszorg, en hun leidinggevenden.
Trainingsdag
9.00 tot 16.00 uur, op je eigen locatie
Met
Een trainer en een trainingsacteur, allebei in de prijs
Groep
In overleg, advies maximaal 10 thuiszorgmedewerkers
Na afloop
Bewijs van deelname, daarna evaluatie met vervolgadvies

Vrijblijvend kennismaken? Begin met een adviesgesprek. Vraag een adviesgesprek aan.

De praktijk

Agressie achter de voordeur

Een thuiszorgmedewerker werkt alleen, in de woning van een ander, zonder collega in de buurt. Het kan zijn dat de uitgang aan het eind van de gang zit. Boosheid gaat bijvoorbeeld over het tijdstip van het bezoek of over wat de cliënt zelf niet meer kan. Die cliënt kan gefrustreerd over het verlies van regie zijn zonder uit te zijn op een confrontatie. Ruimte geven en de zorg even stilleggen kan de spanning dan laten zakken.

Anders ligt het bij gedrag dat iemand bewust inzet. Denk aan een zoon die tussen de medewerker en de deur gaat staan, of een partner die bij elk bezoek druk zet. Het kan ook een cliënt zijn die tijdens het wassen seksuele opmerkingen maakt. Daar werkt meegeven averechts. Dan gaat het om een korte, duidelijke grens en zo nodig vertrekken. Als het ernstig wordt, volgt de medewerker het protocol van de thuiszorgorganisatie.

Vergelijkbare situaties komen terug in de agressietraining in verpleeghuizen en de ouderenzorg en de agressietraining voor GGD-medewerkers. Alle beroepen staan in het overzicht van agressietraining per beroep. Hoe een agressietraining in het algemeen werkt, lees je bij agressietraining: zo werkt het.

Uit de oefensituaties

  • OefensituatieEen cliënt begint te schreeuwen over het tijdstip zodra de medewerker binnenkomt.
  • OefensituatieEen zoon gaat tussen de medewerker en de deur staan en eist dat ze blijft.
  • OefensituatieEen cliënt pakt tijdens het wassen de pols van de medewerker vast en maakt een opmerking over haar lichaam.
  • OefensituatieEen cliënt met dementie duwt de medewerker weg zodra ze zijn trui uittrekt.

Van adviesgesprek tot evaluatie

Zo verloopt de agressietraining in de thuiszorg en wijkverpleging

Van het eerste gesprek tot de evaluatie na de trainingsdag. Hoe zo'n dag in zijn werk gaat, lees je bij zo werkt een trainingsdag.

  1. Adviesgesprek

    Je vertelt bij welke adressen en op welke momenten het misgaat. Daarna bepalen we samen welk onderdeel past en hoe groot de groep wordt voor je thuiszorgteams. Van die adressen en momenten maken we de oefensituaties voor het werk met de trainingsacteur.

  2. Afstemming

    De trainer leest je protocol voor thuisbezoeken en de afspraken over het afbreken van een bezoek en het melden, zodat de oefeningen daarop aansluiten.

  3. Trainingsdag

    Een dag op je eigen locatie, met een trainer en een trainingsacteur. Elke thuiszorgmedewerker ontvangt een bewijs van deelname.

  4. Evaluatie en vervolgadvies

    Na de trainingsdag volgt altijd een evaluatie. We kijken samen wat er in de wijk is veranderd, borgen de afspraken en geven vervolgadvies. Dat gaat bijvoorbeeld over het protocol voor thuisbezoeken, de overdracht tussen collega's of een volgend onderdeel.

Onderdeel 1 · Basis

Basistraining: alleen in de woning van een ander

Voor iedere thuiszorgmedewerker. De lijst hieronder is een begin. Ook wat je medewerkers zelf in de wijk meemaken, krijgt een plek in de oefengesprekken.

Voor wie

Iedere thuiszorgmedewerker. Met dit onderdeel begin je.

Oefensituaties in de basistraining

  • Een cliënt begint te schreeuwen over het tijdstip zodra de medewerker binnenkomt.
  • Een zoon gaat tussen de medewerker en de deur staan en eist dat ze blijft.
  • Een cliënt pakt tijdens het wassen de pols van de medewerker vast en maakt een opmerking over haar lichaam.
  • Een cliënt met dementie duwt de medewerker weg zodra ze zijn trui uittrekt.
  • De medewerker wil vertrekken, maar de cliënt blijft voor de deur staan.

Na de basisdag kunnen thuiszorgmedewerkers

  • Rustig blijven als een cliënt uitvalt, en inschatten of de handeling veilig af te maken is.
  • Het verschil zien tussen frustratie over verlies van regie en gedrag dat bewust wordt ingezet.
  • Een grens stellen bij een cliënt die ze volgende week weer zien, zonder de zorgrelatie te schaden.
  • Bij binnenkomst al letten op waar ze staan en hoe de deur vrij blijft.
  • Een bezoek afbreken en naar buiten lopen, ook als iemand in de weg staat.
  • Een incident melden en overdragen, zodat de volgende collega weet wat er speelt.

Zo oefent een thuiszorgmedewerker met de trainingsacteur

In de oefengesprekken is de trainingsacteur de cliënt of de mantelzorger in de woning. De thuiszorgmedewerker oefent met wat daar kan: stem, afstand, waar ze gaat staan en het besluit om te blijven of te gaan. Iedereen kan een oefening op elk moment stoppen. De trainer bewaakt dat de oefening voor iedereen veilig blijft. Wie de trainers en trainingsacteurs zijn, zie je bij het team.

Zo werkt een trainingsdag →

Onderdeel 2 · Gevorderd

Gevorderde agressietraining in de thuiszorg en wijkverpleging

Sommige adressen vragen meer dan de basis. Een cliënt met gevorderde dementie verzet zich bij elke wasbeurt, en dat komt uit angst en onbegrip. Een partner die bij elk bezoek in de deur staat, zet juist gericht druk. Wie op beide hetzelfde reageert, maakt het in een van de twee gevallen erger. Op dit niveau oefenen thuiszorgmedewerkers dat verschil, bij cliënten die ze niet zomaar kunnen loslaten.

Waar het om draait: bij hetzelfde adres hanteert iedere collega dezelfde grens, en wat er gebeurt wordt vastgelegd. Wisselt de aanpak per bezoek, dan houdt het team het gedrag zelf in stand.

Voor wie

Thuiszorgmedewerkers en wijkverpleegkundigen die werken bij cliënten met terugkerende of complexe agressie.

Instap: de basistraining gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.

Oefensituaties in de gevorderde training

  • Een cliënt met gevorderde dementie duwt en slaat bij elke wasbeurt, elke ochtend opnieuw.
  • De partner staat bij elk bezoek in de deur en zegt er wat van.
  • Een cliënt dreigt met de politie zodra de medewerker iets weigert.
  • Een cliënt maakt bij elke verzorging seksuele opmerkingen, en de medewerker komt er volgende week weer.
  • De medewerker ziet blauwe plekken die niet passen bij wat de mantelzorger erover vertelt.

Na deze dag kunnen thuiszorgmedewerkers

  • Zien waarom een cliënt met dementie zich verzet, en de zorg in stukjes knippen of later terugkomen.
  • Bij elk bezoek dezelfde grens stellen en opschrijven wat er gebeurde.
  • Begrenzen wanneer niet de cliënt maar de partner of mantelzorger druk zet.
  • Signalen van geweld of verwaarlozing in de woning opmerken en doorgeven volgens de afspraken.
  • Onderbouwd aangeven wanneer de zorg bij een cliënt niet meer veilig te geven is.
  • Een collega het bezoek laten overnemen, en samen opschalen als het niet stopt.

Onderdeel 3 · Expert

Agressietraining op expertniveau in de thuiszorg en wijkverpleging

Na een lastig bezoek belt een thuiszorgmedewerker misschien eerst een collega, niet de teamleider. Hoe die collega reageert, heeft invloed op de vraag of ze meldt, de volgende dag weer naar het adres gaat of het voor zich houdt. Het expertniveau is voor medewerkers die nu al zo opvangen of dat gaan doen. Denk aan werkbegeleiders van leerlingen en nieuwe collega's, aandachtsfunctionarissen en collega's die anderen opvangen na een incident.

Waar het om draait: de eerste opvang na een incident aan huis is rustig en zonder oordeel. De thuiszorgmedewerker weet ook wanneer de teamleider of de bedrijfsarts erbij moet.

Voor wie

Ervaren thuiszorgmedewerkers en wijkverpleegkundigen die nieuwe collega's begeleiden of collega's helpen na een incident.

Instap: de basis- en gevorderde training gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.

Oefensituaties op expertniveau

  • Een collega belt vanuit de auto na een bedreiging en wil vooral snel door naar het volgende adres.
  • Een leerling vraagt wat ze anders had moeten doen toen een cliënt haar vastpakte.
  • Een collega wil een afgebroken bezoek niet melden, omdat ze de cliënt niet wil laten vallen.
  • Een collega moet morgen terug naar een adres waar het gisteren misging en ziet daar tegenop.
  • In het teamoverleg komt een incident op een adres ter sprake, zonder dat de collega die er die dag stond de schuld krijgt.

Na deze dag kunnen thuiszorgmedewerkers

  • Een collega rustig en zonder oordeel opvangen als ze na een bezoek bij een cliënt overstuur belt.
  • Horen wanneer een collega na een incident aan huis meer hulp nodig heeft, en de teamleider inschakelen.
  • Een nieuwe collega of leerling begeleiden met de basisafspraken van de thuiszorgorganisatie.
  • Collega's aanmoedigen om ook een afgebroken bezoek of een kleiner incident te melden.
  • Een incident op een adres in het teamoverleg bespreken, zodat ook de volgende collega die daar komt ervan leert.

Onderdeel 4 · Leidinggevenden

Agressietraining voor leidinggevenden in de thuiszorg

Je bent verantwoordelijk voor werk dat je niet ziet gebeuren. Wat je wel stuurt, is de regeling rond een bezoek: wanneer een bezoek mag stoppen, welke afspraken per cliënt gelden en wie de medewerker opvangt na een incident.

Voor wie

Teamleiders, zorgcoördinatoren en managers in de thuiszorg en wijkverpleging.

Wat er na een incident gebeurt

Wat er in een woning gebeurt, weet je alleen als iemand het meldt. Krijgt een medewerker na een afgebroken bezoek de vraag of dat wel nodig was, dan meldt ze de volgende keer niet. Alleen als medewerkers blijven melden, zie je bij welke adressen het telkens misgaat.

Daarom leg je vast wanneer een bezoek stopt en dat afbreken achteraf niet ter discussie staat. Je maakt per risicovolle cliënt afspraken die de volgende collega kent. En je spreekt met huisarts en ggz af wat er gebeurt als gedrag voortkomt uit ziekte of medicatie.

Zo oefenen leidinggevenden

In de oefengesprekken is de trainingsacteur een medewerker die net een bezoek heeft afgebroken, of een familielid dat hoort dat de zorg verandert.

Oefensituaties voor leidinggevenden

  • Een medewerker vertelt pas weken later in het teamoverleg dat ze is geduwd.
  • Niemand weet wanneer een bezoek mag stoppen, dus gaat iedereen toch maar naar binnen.
  • Een medewerker komt van streek terug van een adres en rijdt de volgende dag gewoon weer.
  • De huisarts past de medicatie aan zonder dat het wijkteam ervan hoort.
  • De volgende collega stapt blanco binnen bij een cliënt waar het gisteren misging.

Na deze dag kunnen leidinggevenden

  • Afspraken maken die werken voor iemand die alleen bij een cliënt binnenstapt.
  • Per risicovolle cliënt vastleggen wat er geldt, en zorgen dat de volgende collega het weet.
  • Na een afgebroken bezoek dezelfde dag nog met de medewerker gaan zitten.
  • Uitleggen aan cliënt en familie wanneer de zorg verandert of stopt.
  • Met huisarts en ggz afspreken wat er gebeurt als het misgaat.
  • Uit de meldingen halen bij welke adressen het telkens misgaat, en daar afspraken op maken.

Adviesgesprek

Passend voor je thuiszorgmedewerkers?

In een vrijblijvend adviesgesprek kiezen we samen het onderdeel dat past bij het werk in de zorg. Je krijgt daarna een schriftelijk voorstel met de opbouw, het aantal dagen en de prijs. Fysieke technieken oefenen we op aanvraag; dat spreek je af in het adviesgesprek. Wat bepaalt de prijs?

Vraag een adviesgesprek aan

Het team achter de training

Een trainer en een trainingsacteur uit ons team

Ons team telt 12 mensen, onder wie trainers en trainingsacteurs. Op de trainingsdag werk je met een trainer en een trainingsacteur uit dit team.

Bekijk wie we zijn →

Voor de werkgever

Wat je als werkgever regelt, en wat het oplevert

Een training haalt agressie niet weg. Wel gaan thuiszorgmedewerkers zekerder aan het werk: ze weten wanneer ze een grens stellen en wanneer ze een bezoek afbreken. Ze handelen op dezelfde manier bij hetzelfde adres, en ze melden zo dat de volgende collega en de teamleider er iets mee kunnen.

Agressie en geweld vallen in de Arbowet onder psychosociale arbeidsbelasting (artikel 1). De werkgever moet beleid voeren om die te voorkomen of te beperken (artikel 3 lid 2). Het Arbobesluit werkt dat uit in artikel 2.15: als werkgever beoordeel je het risico in de RI&E en leg je maatregelen vast in het plan van aanpak. Ook geef je medewerkers voorlichting en onderricht. Een training is één manier om die voorlichting en dat onderricht in te vullen.

In het adviesgesprek kijken we ook wat de zorgorganisatie al geregeld heeft voor het werk in de wijk. Denk aan het protocol voor thuisbezoeken, wie een medewerker belt als een bezoek misgaat, de overdracht naar de volgende collega en de opvang na een incident. Meer over de sector lees je bij agressietraining in de zorg. Wat de wet van je vraagt, staat op de pagina agressie en de werkgever.

Vragen over agressietraining in de thuiszorg en wijkverpleging

Vragen van de werkgever

Waar vindt de trainingsdag plaats?

Op je eigen locatie. Welke ruimte dat wordt, spreken we af in het adviesgesprek. Thuiszorgmedewerkers hoeven dus niet naar een cursuscentrum.

Is een agressietraining verplicht?

Nee, de Arbowet schrijft geen training voor. Wel vraagt de Arbowet je als werkgever om agressie als risico aan te pakken. Wat je dan regelt en waar een training past, staat hierboven bij de werkgever.

Wat kost het programma?

De prijs hangt af van het onderdeel, de groepsgrootte, het aantal dagen, de voorbereiding en de reistijd.

Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek krijg je een schriftelijk voorstel. Daarin staan de opbouw van het programma, het aantal groepen en dagen, en de prijs met wat er altijd bij zit. De reiskosten staan er apart in. Meer hierover lees je op de pagina over de kosten.

Hoe blijven de afspraken na de trainingsdag hangen?

Na iedere trainingsdag volgt een evaluatie. Daarin kijken we wat er in de praktijk is veranderd, borgen we de afspraken en geven we vervolgadvies. De afspraken zelf liggen bij je zorgorganisatie: in het werkoverleg en bij de leidinggevenden.

Houdt de training rekening met ons protocol voor thuisbezoeken?

Ja, de oefeningen volgen het protocol van je thuiszorgorganisatie. In het adviesgesprek bespreken we je protocol en de afspraken over afbreken en melden. Elke oefening sluit aan op die afspraken. Daardoor weten thuiszorgmedewerkers wanneer zelf begrenzen genoeg is en wanneer ze beter vertrekken of hulp inschakelen.

Wat is het verschil tussen gevorderd en expert?

Gevorderd is gericht op het eigen handelen bij complexe adressen. Expert is voor thuiszorgmedewerkers die collega's bijstaan. Die rol houdt in dat ze collega's opvangen na een incident aan huis en nieuwe collega's inwerken met dezelfde afspraken over thuisbezoeken.

Wat is het verschil met het programma voor leidinggevenden?

Thuiszorgmedewerkers oefenen wat ze in de woning doen. Leidinggevenden richten zich op wat volgt: afspraken per cliënt, de meldingen, het gesprek met cliënt en familie en de opvang van de medewerker.

Is het programma geschikt voor zowel verzorgenden als wijkverpleegkundigen?

Ja, voor zowel verzorgenden als wijkverpleegkundigen is het programma geschikt. De oefensituaties komen uit je eigen wijk. Een wijkverpleegkundige die indiceert en het gesprek met familie voert, krijgt andere oefeningen dan een verzorgende die elke ochtend bij dezelfde cliënt wast.

Over de vier onderdelen

Mag een thuiszorgmedewerker een bezoek afbreken, en wordt dat geoefend?

Ja, een bezoek afbreken mag, en het wordt ook geoefend. De medewerker oefent het besluit om te gaan en loopt ook echt naar buiten terwijl iemand in de weg staat. Wat er daarna met de melding gebeurt, hoort erbij.

Onze medewerkers werken al jaren in de wijk maar hebben de basis niet gedaan. Kunnen ze mee?

In overleg wel, als ze al ervaring hebben met deze situaties. In het adviesgesprek kijken we of dat voor je groep klopt.

Hebben wij in de wijk een opvangteam nodig om dit onderdeel te volgen?

Nee, in de wijk is geen opvangteam nodig om dit onderdeel te volgen. Ook ervaren medewerkers die leerlingen en nieuwe collega's begeleiden, hebben er baat bij. In het adviesgesprek kijken we welke collega's in de wijkteams die rol nu al hebben.

We hebben al een protocol voor thuisbezoeken. Wat gebeurt daarmee in het programma voor leidinggevenden?

Je toetst het aan de praktijk. Je kijkt per afspraak of iemand die alleen een woning binnenstapt, er op dat moment iets aan heeft. Wat daar niet doorheen komt, schrap je of scherp je aan.

↑ Terug naar boven

Dit programma voor je thuiszorgteam?

In een adviesgesprek vertel je bij welke adressen en op welke momenten het misgaat. Vervolgens bepalen we samen het onderdeel en de groepsgrootte, maken we van die adressen oefensituaties en zetten we de trainingsdag en de evaluatie in de agenda.