Vraag een adviesgesprek aan
Menu
  1. Home
  2. Beroepen
  3. Zorg
  4. Jeugdzorg en jeugdbescherming

Zorg · basis, gevorderd, expert en leidinggevenden

Agressietraining in de jeugdzorg en jeugdbescherming

In de jeugdzorg en de jeugdbescherming worden medewerkers uitgescholden, bedreigd en soms aangevallen, door ouders en jongeren. Dat kan thuis gebeuren, aan de keukentafel, als er veel op het spel staat. Jeugdzorgwerkers en gezinsvoogden leren bij Bureau Weerbaar en Veilig rustig te blijven, een grens te stellen zonder het contact te verliezen en op tijd een gesprek te stoppen.

Aan de keukentafel kan er voor ouders veel op het spel staan, en dat kan omslaan in schelden of dreigen. Bureau Weerbaar en Veilig biedt daarom een agressietraining voor jeugdzorg en jeugdbescherming. De trainer begint met een adviesgesprek en stemt de oefensituaties af op je agressieprotocol en de werkafspraken voor huisbezoeken. Jeugdzorgwerkers en gezinsvoogden oefenen een dag op je eigen locatie met een trainer en een trainingsacteur, waarna altijd een evaluatie met vervolgadvies volgt. Het programma kent een basis, gevorderd, expert en een deel voor leidinggevenden, en elke medewerker ontvangt een bewijs van deelname.

Vraag een adviesgesprek aan →

Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek een schriftelijk voorstel.

Programma
Adviesgesprek, afstemming, trainingsdag, evaluatie en vervolgadvies
Voor wie
Jeugdzorgwerkers, gezinsvoogden, ambulant hulpverleners en groepsleiders in de jeugdzorg en jeugdbescherming, en hun leidinggevenden.
Trainingsdag
9.00 tot 16.00 uur, op je eigen locatie
Met
Een trainer en een trainingsacteur, allebei in de prijs
Groep
In overleg, advies maximaal 10 jeugdzorgwerkers
Na afloop
Bewijs van deelname, daarna evaluatie met vervolgadvies

Vrijblijvend kennismaken? Begin met een adviesgesprek. Vraag een adviesgesprek aan.

De praktijk

Agressie in de jeugdzorg

In de jeugdzorg kan boosheid voortkomen uit angst en machteloosheid. Een ouder die bang is zijn kind kwijt te raken, ziet de jeugdzorgwerker als tegenstander. Een jongere die zich niet gehoord voelt, slaat met deuren of scheldt. Die ouder of jongere hoeft niet uit te zijn op een confrontatie. Erkennen wat er speelt, uitleggen wat er nu gebeurt en de volgende stap noemen kan de spanning dan laten zakken.

Anders ligt het bij een ouder die bewust dreigt om een besluit tegen te houden, of die de medewerker na het gesprek blijft benaderen. Daar werkt uitleggen averechts. Dan gaat het om een duidelijke grens en om het besluit erachter: doorpraten, het gesprek stoppen, vertrekken of de leidinggevende inschakelen. Bij een huisbezoek kan de medewerker alleen zijn, in het huis van het gezin, en moet hij weten hoe hij veilig de deur uit komt.

Vergelijkbare situaties komen terug in de agressietraining voor gedragsdeskundigen en orthopedagogen en de agressietraining voor medewerkers in de ggz. Alle beroepen staan in het overzicht van agressietraining per beroep. Hoe een agressietraining in het algemeen werkt, lees je bij agressietraining: zo werkt het.

Uit de oefensituaties

  • OefensituatieEen ouder wordt boos als de jeugdzorgwerker zegt dat er een zorgmelding is binnengekomen.
  • OefensituatieEen jongere scheldt de begeleider uit en loopt weg uit het gesprek.
  • OefensituatieTijdens een huisbezoek mengt een nieuwe partner zich in het gesprek en verheft zijn stem.
  • OefensituatieEen ouder belt boos op omdat een afspraak met het kind niet doorgaat.

Van adviesgesprek tot evaluatie

Zo verloopt de agressietraining in de jeugdzorg en jeugdbescherming

Van het eerste gesprek tot de evaluatie na de trainingsdag. Hoe zo'n dag in zijn werk gaat, lees je bij zo werkt een trainingsdag.

  1. Adviesgesprek

    Je vertelt bij welke gesprekken en momenten het misgaat: het huisbezoek, het slechtnieuwsgesprek, de groep in de avond. Daarna bepalen we samen welk onderdeel past en hoe groot de groep wordt. Van die huisbezoeken en gesprekken maken we de oefensituaties voor het werk met de trainingsacteur.

  2. Afstemming

    De trainer leest je agressieprotocol, de werkafspraken voor huisbezoeken en de afspraken over melden en terugkoppelen, zodat de oefeningen daarop aansluiten.

  3. Trainingsdag

    Een dag op je eigen locatie, met een trainer en een trainingsacteur. Elke jeugdzorgwerker ontvangt een bewijs van deelname.

  4. Evaluatie en vervolgadvies

    Na de trainingsdag volgt altijd een evaluatie. We kijken samen wat er in de gesprekken met ouders en jongeren is veranderd en wat nodig is om de afspraken te borgen. Daarbij hoort vervolgadvies, zoals over aanpassingen in het protocol, de opvang na incidenten of een volgend onderdeel.

Onderdeel 1 · Basis

Basistraining: begrenzen zonder het contact te verliezen

Voor iedere jeugdzorgwerker. De lijst hieronder is een begin. Ook wat je medewerkers zelf bij gezinnen en op de groep meemaken, krijgt een plek in de oefengesprekken.

Voor wie

Iedere jeugdzorgwerker. Met dit onderdeel begin je.

Oefensituaties in de basistraining

  • Een ouder wordt boos als de jeugdzorgwerker zegt dat er een zorgmelding is binnengekomen.
  • Een jongere scheldt de begeleider uit en loopt weg uit het gesprek.
  • Tijdens een huisbezoek mengt een nieuwe partner zich in het gesprek en verheft zijn stem.
  • Een ouder belt boos op omdat een afspraak met het kind niet doorgaat.
  • Een jongere op de groep weigert naar zijn kamer te gaan en komt dreigend dichterbij.

Na de basisdag kunnen jeugdzorgwerkers

  • De boosheid van een ouder erkennen, zonder het besluit ter discussie te stellen.
  • De stem laag en rustig houden als een ouder of jongere uitvalt.
  • Een grens stellen zonder het contact met het gezin te verliezen.
  • Bij een huisbezoek letten op de uitgang en op wie er nog in huis is.
  • Het agressieprotocol van de organisatie gebruiken op het moment dat het telt.
  • Het incident in de melding vastleggen, zodat het team er in de casusbespreking iets mee kan.

Zo oefent een jeugdzorgwerker met de trainingsacteur

In de oefengesprekken is de trainingsacteur de ouder of jongere, aan tafel, aan de telefoon of op de groep. De jeugdzorgwerker oefent met stem, houding en afstand, en met het moment waarop hij het gesprek stopt. Iedereen kan een oefening op elk moment stoppen. De trainer bewaakt dat de oefening voor iedereen veilig blijft. Wie de trainers en trainingsacteurs zijn, zie je bij het team.

Zo werkt een trainingsdag →

Onderdeel 2 · Gevorderd

Gevorderde agressietraining in de jeugdzorg en jeugdbescherming

Sommige gesprekken in de jeugdzorg komen steeds terug. Een ouder dreigt bij elk besluit met een klacht, de pers of erger. Een ander zoekt de gezinsvoogd op buiten het werk of zet berichten online. Op dit niveau oefenen jeugdzorgwerkers en gezinsvoogden het besluit dat erachter zit: doorpraten, begrenzen, stoppen of de leidinggevende inschakelen.

Waar het om draait: bekende ouders krijgen van iedere collega hetzelfde antwoord. Een ouder die merkt dat de ene jeugdzorgwerker meer toelaat dan de andere, blijft het proberen.

Voor wie

Gezinsvoogden en jeugdzorgwerkers die zware gesprekken voeren, bijvoorbeeld bij een besluit over het gezag of de woonplek van een kind.

Instap: de basistraining gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.

Oefensituaties in de gevorderde training

  • Een ouder dreigt de gezinsvoogd iets aan te doen als het kind niet thuis mag blijven.
  • Tijdens een huisbezoek gaat een ouder tussen de medewerker en de deur staan.
  • Een ouder filmt het gesprek en zegt dat het filmpje online komt.
  • Een ouder wacht de jeugdzorgwerker op na een zitting of een overleg.
  • Twee ouders die gescheiden zijn, maken in het gesprek ruzie en richten zich daarna samen op de medewerker.

Na deze dag kunnen jeugdzorgwerkers

  • Zien of een ouder overmand is door angst of bewust dreigt om een besluit tegen te houden.
  • Bekende ouders elke keer hetzelfde antwoord geven.
  • Beslissen: doorpraten, begrenzen, het gesprek stoppen of vertrekken.
  • Een huisbezoek op tijd afbreken en veilig de deur uit komen.
  • Kalm blijven als een ouder filmt of dreigt met publiciteit.
  • Het gesprek aan een collega overdragen, en samen opschalen als de ouder of jongere niet stopt.

Onderdeel 3 · Expert

Agressietraining op expertniveau in de jeugdzorg en jeugdbescherming

Na een zwaar gesprek gaat een jeugdzorgwerker misschien eerst naar een collega, niet naar een leidinggevende. Hoe die collega reageert, heeft invloed op de vraag of de medewerker meldt, de casus houdt of thuisblijft. Het expertniveau is voor medewerkers die nu al zo opvangen of dat gaan doen: werkbegeleiders van nieuwe collega's, aandachtsfunctionarissen agressie en collega's in het opvangteam.

Waar het om draait: de jeugdzorgwerker die net een dreigend huisbezoek had, wordt rustig en zonder oordeel opgevangen. Wie opvangt, weet ook wanneer de teamleider of bedrijfsarts erbij moet.

Voor wie

Ervaren jeugdzorgwerkers en gezinsvoogden die werkbegeleider of aandachtsfunctionaris zijn, of collega's helpen na een incident.

Instap: de basis- en gevorderde training gedaan, of in overleg, als iemand al ervaring heeft met deze situaties.

Oefensituaties op expertniveau

  • Een collega komt terug van een huisbezoek waar een ouder dreigde, en wil vooral door met het volgende gesprek.
  • Een nieuwe jeugdzorgwerker vraagt wat hij in het gesprek met de ouder anders had moeten doen.
  • Een collega wil een scheldpartij niet melden, omdat de ouder het zwaar heeft.
  • Een gezinsvoogd vertelt dat een ouder haar online volgt, en maakt er een grap over.
  • In de casusbespreking moet een incident met een ouder of jongere besproken worden zonder dat de jeugdzorgwerker de schuld krijgt.

Na deze dag kunnen jeugdzorgwerkers

  • Een collega na een dreigend huisbezoek of een incident op de groep rustig opvangen, zonder te oordelen.
  • Opmerken wanneer een jeugdzorgwerker na een incident een gezin gaat ontwijken of blijft piekeren, en dan de teamleider inschakelen.
  • Een nieuwe jeugdzorgwerker meenemen op huisbezoek en begeleiden met de basisafspraken van de jeugdzorgorganisatie.
  • Collega's aanmoedigen om ook een scheldende ouder of een duw op de groep te melden.
  • Een incident in de casusbespreking zo bespreken dat het team er voor het volgende huisbezoek van leert.

Onderdeel 4 · Leidinggevenden

Agressietraining voor leidinggevenden in de jeugdzorg

Bedreiging door ouders of jongeren voorkom je nooit helemaal. Je stuurt wel op wat erna komt: wie de medewerker opvangt, wat er met de melding gebeurt en of iedere collega bij hetzelfde gezin hetzelfde doet.

Voor wie

Teamleiders, afdelingshoofden en zorgmanagers in de jeugdzorg en jeugdbescherming.

Wat er na een incident gebeurt

In de jeugdzorg voelen veel medewerkers dreiging als iets wat bij het werk hoort. Een scheldende ouder wordt daarom mogelijk niet gemeld. Hoort een jeugdzorgwerker na een melding niets meer van de teamleider, dan meldt hij de volgende scheldende ouder niet. Dan zie je de patronen niet: welk gezin, welk type gesprek, welke medewerker die steeds de zware casussen krijgt.

Daarom werk je aan een vaste lijn in het team, zodat jeugdzorgwerkers bij hetzelfde gezin en dezelfde jongere op dezelfde manier reageren. Je legt vast wanneer een huisbezoek met twee mensen gaat, wanneer een casus naar een andere collega gaat en wanneer de politie erbij komt. En je regelt de opvang na een zwaar gesprek.

Zo oefenen leidinggevenden

In de oefengesprekken is de trainingsacteur een jeugdzorgwerker die net van een dreigend huisbezoek terugkomt, of een collega die niet meer wil melden.

Oefensituaties voor leidinggevenden

  • Een gezinsvoogd meldt een dreigement niet, omdat het bij dit gezin nu eenmaal zo gaat.
  • Twee collega's reageren anders op dezelfde ouder, en de ouder speelt dat uit.
  • Niemand weet precies wanneer een huisbezoek met twee collega's moet.
  • Een medewerker wordt online bedreigd en weet niet wat de organisatie dan doet.
  • De meldingen liggen er wel, maar er hangt geen maatregel aan.

Na deze dag kunnen leidinggevenden

  • Zien bij welke gezinnen en gesprekken het misgaat, en daar maatregelen aan hangen.
  • Nagaan of het agressieprotocol klopt met wat een medewerker alleen bij een gezin thuis kan.
  • Ieder incident na een huisbezoek of op de groep met de jeugdzorgwerker doornemen, niet alleen het zware.
  • Vastleggen wanneer een huisbezoek met twee gaat, wie je erbij haalt en hoe het gemeld wordt.
  • Uitleggen waar de werkgever voor staat, ook bij bedreiging buiten het werk, zonder iets te beloven wat niet waar te maken is.
  • Aan de meldingen aflezen welke gezinnen en welk gedrag terugkomen, en daar de teamafspraken op bouwen.

Adviesgesprek

Passend voor je jeugdzorgwerkers?

In een vrijblijvend adviesgesprek kiezen we samen het onderdeel dat past bij het werk in de zorg. Je krijgt daarna een schriftelijk voorstel met de opbouw, het aantal dagen en de prijs. Fysieke technieken oefenen we op aanvraag; dat spreek je af in het adviesgesprek. Wat bepaalt de prijs?

Vraag een adviesgesprek aan

Het team achter de training

Een trainer en een trainingsacteur uit ons team

Ons team telt 12 mensen, onder wie trainers en trainingsacteurs. Op de trainingsdag werk je met een trainer en een trainingsacteur uit dit team.

Bekijk wie we zijn →

Voor de werkgever

Wat je als werkgever regelt, en wat het oplevert

Een training haalt agressie niet weg. Wel gaan jeugdzorgwerkers zekerder aan het werk: ze weten wat ze doen en wanneer ze een gesprek stoppen of het overlaten aan de leidinggevende of de politie. Ze handelen op dezelfde manier bij dezelfde ouder, en ze melden zo dat het team er iets mee kan.

Agressie en geweld vallen in de Arbowet onder psychosociale arbeidsbelasting (artikel 1). De werkgever moet beleid voeren om die te voorkomen of te beperken (artikel 3 lid 2). Het Arbobesluit werkt dat uit in artikel 2.15: als werkgever beoordeel je het risico in de RI&E en leg je maatregelen vast in het plan van aanpak. Ook geef je medewerkers voorlichting en onderricht. Een training is één manier om die voorlichting en dat onderricht in te vullen.

Ook bekijken we in het adviesgesprek wat de jeugdzorgorganisatie al geregeld heeft. We bespreken het agressieprotocol en de werkafspraken voor huisbezoeken. Ook de afspraken bij bedreiging buiten het werk en de opvang na een incident komen aan bod. Meer over de sector lees je bij agressietraining in de zorg. Wat de wet van je vraagt, staat op de pagina agressie en de werkgever.

Vragen over agressietraining in de jeugdzorg en jeugdbescherming

Vragen van de werkgever

Waar vindt de trainingsdag plaats?

Op je eigen locatie. Welke ruimte dat wordt, spreken we af in het adviesgesprek. Jeugdzorgwerkers hoeven dus niet naar een cursuscentrum.

Is een agressietraining verplicht?

Nee, de Arbowet schrijft geen training voor. Wel vraagt de Arbowet je als werkgever om agressie als risico aan te pakken. Wat je dan regelt en waar een training past, staat hierboven bij de werkgever.

Wat kost het programma?

De prijs hangt af van het onderdeel, de groepsgrootte, het aantal dagen, de voorbereiding en de reistijd.

Binnen 2 werkdagen na het adviesgesprek krijg je een schriftelijk voorstel. Daarin staan de opbouw van het programma, het aantal groepen en dagen, en de prijs met wat er altijd bij zit. De reiskosten staan er apart in. Meer hierover lees je op de pagina over de kosten.

Hoe blijven de afspraken na de trainingsdag hangen?

Na iedere trainingsdag volgt een evaluatie. Daarin kijken we wat er in de praktijk is veranderd, borgen we de afspraken en geven we vervolgadvies. De afspraken zelf liggen bij je zorgorganisatie: in het werkoverleg en bij de leidinggevenden.

Houdt de training rekening met ons agressieprotocol en onze afspraken voor huisbezoeken?

Ja, voor jeugdzorgwerkers sluit de training aan op het protocol van je organisatie.

In het adviesgesprek bespreken we je protocol, en wanneer een medewerker met twee op huisbezoek gaat of een bezoek stopt. De oefensituaties gaan uit van die afspraken, zodat jeugdzorgwerkers weten wanneer ze zelf een grens stellen en wanneer ze er een collega bij halen.

Wat is het verschil tussen gevorderd en expert?

Gevorderd is gericht op het eigen handelen in zware gesprekken met ouders en jongeren. Expert is voor werkbegeleiders en ervaren jeugdzorgwerkers die collega's na een incident opvangen en nieuwe collega's inwerken met de afspraken voor huisbezoek en groep.

Wat is het verschil met het programma voor leidinggevenden?

Jeugdzorgwerkers oefenen wat ze in het gesprek zelf doen. Leidinggevenden richten zich op wat volgt: de meldingen, het protocol, het besluit over een tweede collega of een andere medewerker, en de opvang.

Is het programma geschikt voor zowel ambulante teams als residentiële groepen?

Ja, zowel ambulante teams als residentiële groepen kunnen het programma volgen. De oefensituaties komen uit je eigen teams. Een gezinsvoogd op huisbezoek krijgt andere oefeningen dan een groepsleider die 's avonds met jongeren op de groep staat.

Over de vier onderdelen

Oefenen medewerkers ook fysieke technieken?

Fysieke technieken oefenen medewerkers alleen op aanvraag. Standaard draait de dag om wat er vóór het fysieke moment gebeurt: zien, praten, afstand houden, stoppen en hulp halen. Fysieke technieken nemen we alleen op als je dat in het adviesgesprek vraagt, en dan binnen de afspraken van je organisatie.

Wanneer stopt een gezinsvoogd een huisbezoek?

Wanneer een gezinsvoogd een huisbezoek stopt, hangt af van de werkafspraken van je organisatie. Op de trainingsdag oefenen medewerkers het besluit zelf: wat zien ze, hoe ronden ze af en hoe komen ze veilig de deur uit.

Is een jeugdzorgwerker die collega's na een incident opvangt niet gewoon een luisterend oor?

De jeugdzorgwerker die opvangt, doet meer dan luisteren. Na deze dag weet hij wat hij na een zwaar huisbezoek wel en niet zegt, hoe hij een melding aanmoedigt en wanneer de teamleider erbij moet. Voor zijn collega wordt hij geen behandelaar: begeleiding na een incident blijft bij de bedrijfsarts of een hulpverlener.

Onze medewerkers vinden dreiging normaal in dit werk. Waar begin je?

Bij het onderscheid tussen begrijpen en accepteren. Je kunt begrijpen waarom een ouder dreigt en het toch melden. Daarom kijk je samen naar wat er gemeld moet worden en wat het team terughoort.

↑ Terug naar boven

Dit programma voor je jeugdzorgwerkers?

In een adviesgesprek vertel je bij welke gesprekken en momenten het misgaat. Vervolgens bepalen we samen het onderdeel en de groep, werken we die momenten uit tot oefensituaties en plannen we de trainingsdag en evaluatie rond het rooster.